Geschiedenis

B. De wijk De Kruisen te Kalken
Bijdrage tot de ontstaansgeschiedenis

 

In onderstaande tekst beschrijven we een deel van de geschiedenis van de wijk De Kruisen vanaf het midden van de achttiende eeuw.
De omschrijving Cruyssen en Biest was de benaming die vooral tijdens het Ancien Regime voor een van de Kalkense wijken gebruikt werd. Het algemene toponiem voor dat gebied was Cruysenacker.
De woonkern De Kruisen rond de huidige Dendermondsesteenweg, was tot ver in de negentiende eeuw omgeven door grote stukken akkerland, gelegen langs een veldweg, gescheiden van een van de uitlopers van Kalkendorp, waarvan het later als Koffiestraat benoemde deel er een van was.
De aanleg van een kasseiweg (1837) volgde kort na de bouw van de eerste gemeenteschool (op het einde van de Nederlandse Periode, ca. 1830) halfweg het dorp en de bewoningskern aan de provinciale weg Gent-Dendermonde. Pas na de moeilijke jaren van werkloosheid, armoede en honger in de periode 1840-1860, werd het gebied verder ontsloten. Een antwoord op de vraag waarom vanaf 1865 openbare gebouwen, zoals een godshuis (klooster) en scholen, precies langs die verkeersas werden gebouwd, moet gezocht worden in de centrale ligging ten opzichte van die verkeersassen en de rest van Kalken, de groeiende tegenstelling katholieken-liberalen met als hoogtepunt de schoolstrijd (1878-1884) en het feit dat invloedrijke katholieke families de akkers errond in eigendom hadden. Waren het klooster en de gemeentelijke meisjesschool bij het uitbreken van de schoolstrijd reeds opgetrokken, dan stelden enkele katholieke grootgrondbezitters bijna onmiddellijk na het losbarsten van die strijd een deel van hun eigendom ter beschikking voor de bouw van instellingen die de eigenheid van de katholieken moest benadrukken: nog twee schoolgebouwen in de huidige Kouterstraat en een nieuwe muziekzaal voor de katholieke harmonie St.-Cecilia Kalken.
Naarmate de twintigste eeuw naderde, zou ook de Kouterstraat – via het Bosstraatje - een volwaardige verbindingsweg worden tussen de Koffiestraat en de provinciale weg Gent-Dendermonde.
De verkaveling en de bebouwing van die grote akkers langs de verbindingsweg Kalkendorp – provinciale weg Gent-Dendermonde, via de Koffiestraat en de Kruisenstraat, tot woongebied valt te situeren in de periode 1865-1940 met de periode 1880-1914 als de periode waarin de meeste huizen werden gebouwd.
Vooral ambachtslieden vestigden er zich. De Koffiestraat en de Kruisenstraat groeiden snel uit tot een bloeiende buurt met veel handelszaken, herbergen en een bloeiend sociaal leven. Het Sint-Pietersfeest, Molekenskermis, Koffiestraatkermis waren evenveel uitingen van het volkse leven.

KalkenKruisenAppel
Kruisen Vrouwen
Kruispunt Dendermondsesteenweg - Kruisenstraat met Herberg Den Gouden Appel (links). Feest voor de vrouwen van de wijk De Kruisen, periode omstreeks 1920.
schoolvoor schoolzij
School wijk de Kruisen voorgevel School wijk de Kruisen zijgevel

 

Tijdstabel. Belangrijke gebeurtenissen op de wijk De Kruisen te Kalken.

Halfweg 14de eeuw Vermelding van het toponiem crusen in een lijst van hoofdcijnsplichtigen van Gent.
Vroege 15de eeuw Vermelding van de toponiemen ter crucen en cruycenacker. Rond de huidige kruising Dendermondse steenweg en de Kruisenstraat – Schriekstraat waren enkele hofsteden gebouwd.

17de eeuw

Vermelding herberg Den Gouden Appel op de wijk De Kruisen, op de samenloop met de Schriekstraat.

Midden 18de eeuw

Dokter Jean Jacques Debbaudt komt zich op de wijk De Kruisen vestigen.

1828 - 1830 Bouw gemeentelijke lagere school op een stuk land dat wij nu het Sint-Pieterspleintje noemen
1837 Verbinding van de toenmalige Kruisenstraat en de toenmalige Koffiestraat door middel van de aanleg van een kasseiweg.

1875-1880

Bouw in de Kouterstraat van drie nieuwe scholen.

1878-1879

Bouw van een nieuwe muziekzaal voor de harmonie St.-Cecilia Kalken met bijbehorende herberg.

1892 - 1893 Aanvraag tot en bouw van een windmolen met stenen romp door de familie De Landtsheer
Kort na WO II Herberg Den Gouden Appel sloot de deuren
1950 - 1951 Aanleg van het voetbalplein van FCHO Kalken op de huidige site.
1963 - 1964 Aanleg van de nieuwe Dendermondsesteenweg doorheen Kalken. Hier en daar werd de vroegere kasseiweg rechtgetrokken en door de verbreding ervan dienden nogal wat woningen te verdwijnen. Zo ook de gebouwen die ooit de eeuwenoude herberg Den Gouden Appel herbergden
1963 - 1964 Afbraak van de gemeentelijke lagere schoolafdeling in de Kruisenstraat. Een deel van de vrijgekomen ruimte werd benut voor woningbouw, een ander deel blijft tot op vandaag beschikbaar voor bijvoorbeeld de activiteiten van de Stichting Sint-Pietersfeest Kalken

 

De molen op de wijk De Kruisen

MolenKruisenOudDe familie De Landtsheer liet in 1893 de stenen bergkorenmolen op de wijk De Kruisen bouwen.

De laatste molenaar op de site van de Kruisenmolen, Alfons Vervaet, overleed enkele jaren terug. Echtgenote Leona Blancquaert overleed in september 2007.

De vader van Alfons KruisenMolen kocht omstreeks 1948 de eeuwenoude gekende herberg Den (Gouden) Appel en de erbij behorende hofstede en stenen windmolen van de kinderen De Landtsheer. Die broers De Landtsheer gebruikten de molen met wieken tot omstreeks 1942.
De molen was geen lang leven beschoren. Reeds midden de jaren dertig werden de eiken balken van de wieken vervangen door ijzeren of metalen poutrels. In diezelfde periode werden de wieken aangepast volgens het systeem Dekker: om meer windvang te bekomen werden metalen vlakken aangebracht.

Even vóór 1940 verloor de molen een stel wieken doordat de molenaars de wieken niet in de normale stand hadden vastgezet.
DetailMolenIn 1942 kraakte het andere stel wieken.
De molen werd na WO II ontmanteld en bij het afnemen van de koepel bovenaan de molen werd vastgesteld dat onder de nagels en vijzen een kluit of een halve kluit als rondeel was aangebracht.

Een V-bom, die tijdens de begrafenis op 24 december 1944 van de twee oorlogs-slachtoffertjes van de V-bom in de meersen langs de Vaartstraat, in de Schriekstraat gevallen is, veroorzaakte eveneens schade aan de molen: de romp vertoont daarom een scheur (zie afbeelding rechts), die weliswaar vergrootte door het afgraven van de omliggende dijk door de gebroeders De Landtsheer. De aarde van die dijk werd gebruikt om de putten te vullen die ontstaan waren door uitzaveling voor de bouw van nieuwe omliggende huizen.

Deze foto's gaan terug tot de molenaarstijd van de familie De Landtsheer.
Deze foto’s gaan terug tot de molenaarstijd van Alfons Vervaet.

Bronnen:
Gesprekken AVDS met Fons Vervaet (6 april 2001), Gerard Temmerman (14 april 2001).

Kruisenmolen

 

Drie kapellen in de onmiddellijke omgeving.

De oudste kapel in de onmiddellijke omgeving, de kapel in de Kruisenstraat, dateert van 1865.
De ondertussen als monument geklasseerde kapel in de Koffiestraat dateert van ongeveer een decennium later, ca. 1878;
Het ondertussen in bedenkelijke staat verkerende kapelletje in de Kouterstraat werd omstreeks 1935 gebouwd en ingehuldigd.

 

Kruisenstraatkapel of de kapel gewijd aan O.L.V. Onbevlekt Ontvangen.

In de voorgevel ziet men de aanduidingen “1865” , L. De Lausnay en Matthijs”, wellicht verwijzingen naar respectievelijk een bouwjaar, de schenker van de gronden en de metser?
Verder onderzoek moet nog klaarheid brengen.
Onderhouders van de kapel:
Tot aan zijn dood in 1917 werd de kapel onderhouden door Mandus Dauwe, een wagenmaker op de wijk De Kruisen (1).
Daarna nam Juffrouw Dauwe, wonende op de hoek van de toenmalige Kruisenstraat met de Schriekstraat, die taak op zich.
Omdat ze te oud geworden was om telkens de afstand naar de kapel af te leggen, bracht ze de sleutel bij de moeder van Judith Van Bogaert, Marie Van Peteghem. Marie heeft ongeveer 35 jaar voor het kapelletje gezorgd. Met het offergeld werden de nodige herstellingen en verfraaiingen gedaan. Samen met de buurmeisjes werd alles in orde gehouden. Raymond Van Bogaert, broer van Judith, heeft gedurende korte tijd het kapelletje onder zijn hoede gehad.
Vervolgens werd de kapel onderhouden door Martha De Grauwe (x Romaan De Meyer), Germain Crommelinck (x Roels) en tot op heden door Christianne Crommelinck (x Marcel Steendam) (2).

Vroegere plechtigheden:
Met de kruisdagen en de twee grote processies was het grote kuis. Alle jonge meisjes hielpen schuren of koper kuisen.
Ter gelegenheid van de processies werd telkens een gekleurd zandtapijt gelegd: op sacramentsdag een thema over de eucharistie, op 15 augustus ivm O.L.Vrouw.

Huidige toestand:
In de Mariamaanden wordt op dinsdag- en vrijdagavond in het kapelletje gebeden. ’s Zondags staat het heiligdom open voor bezoekers. Sinds de grote reddings- en herstellingsactie van 1975 is het kapelletje terug aan een opfrissing toe.
In 1975 dacht men er even aan het kapelletje af te breken en terug op te bouwen. Uiteindelijk wed met rondgehaald geld hout, pannen en verf aangekocht. De binnenkant van de kapel werd met hout afgewerkt, het houten draaiwerk werd vernieuwd, de heiligenbeelden werden in het nieuw gezet en een ijzeren draagbalk werd ter ondersteuning van het dak geplaatst. De kapel werd herschilderd.
Ook in 1984 werd de kapel langs de buitenkant volledig herverfd (3).

Kapel in de Koffiestraat toegewijd aan O.L.V. van Lourdes.

Deze kapel werd opgericht in de onmiddellijke omgeving van het vroegere godshuis of klooster in de Koffiestraat – Kouterstraat. Men begon met de bouw, betaald met giften van parochianen aan de zusters, op 20 juni 1874 en op 15 maart 1875 was ze klaar. Tien dagen lager, op de feestdag van Maria Boodschap, werd ze gewijd door E.H. Kanunnik Ost. Het beeld werd geschonken door mevrouw W. Matthijs en werd eveneens op 25 maart 1875 met een processie ingehaald. KapelKoffiestraat
Oorspronkelijk stonden de zusters van Wachtebeke, die voor de goede werking van het klooster instonden, ook in voor het onderhoud van de kapel. Eens de kloostergemeenschap in Kalken opgeheven werd, ontfermde vooral de familie Willems, wonende naast de kapel, zich over het heiligdom.
Hoewel het OCMW eigenaar is van de kapel en de kapel ondertussen tot monument verheven is, zorgt de familie Verdonck – De Gelder ervoor dat de kapel er anno 2007 nog regelmatig onderhouden en bezocht kan worden.

De kapel werd tot monument verheven omdat de ruime wegkapel uitgevoerd is in de gebruikelijke baksteenarchitectuur met neogotische inspiratie. Binnenin valt het bepleisterd tongewelf op door zijn architecturale geleding en decoratie. De grote kunstgrot boven het altaar is een relevante uiting van religieuze cementrustiek.

 

 

 

Kapelletje Kouterstraat

Drie kapellen

In de 20ste eeuw werd in de Kouterstraat omstreeks 1935 door toedoen van de Boerinnenbond een relatief grote en nieuwe kapel opgericht. Deze kapel de enige met een klokkentorentje op eenduidig Kalkens grondgebied.
Helaas staat zij er anno 2007 troosteloos bij (zie fotoreportage juni 2007).

 

 


Voorbereiding van de inhuldiging, ca. 1935.

 

(1) Interview Emma Verschraegen, 12 oktober 1987.
(2) Interview Judith Van Bogaert, 30 mei 1988.
(3) Vragenlijst Luc Cackebeke 22 oktober 1987 en interview Camille Bracke 15 februari 1988

 

Er was eens ... cinemazaal Flandria in de Kruisenstraat

De zaal werd volgens de overlevering in 1921-‘22 gebouwd voor Petrus Henri De Bruycker, achter de door hem uitgebate herberg (nu Kruisenstraat 3), palend aan de hof van Dr. Van De Velde. De kadastrale mutatieschetsen bevatten pas in 1927 gegevens over dat gebouw. De Bruycker ging echter failliet en verhuisde met zijn vrouw en twee kinderen in 1927 naar Gembloux. François D’Hollander (1877-1942) kocht de zaal in 1927 en verhuurde ze.
Om het grotendeels uit zenderstenen bestaande gebouw na verloop van tijd de nodige stabiliteit te geven, werd op smid Edgard D’Hondt (1901-1981) een beroep gedaan om door middel van ijzeren staven met schroefdraad de zijmuren naar elkaar toe te halen.
De zaal werd tijdens het interbellum vooral gebruikt door de toneelvereniging van dokter Van De Velde. Er stond een draaiorgel, er vonden dansavonden plaats en er werden wielerwedstijden op rollen georganiseerd.
Ter gelegenheid van de kermisdagen werd er bal met orkest gegeven.
Klaarblijkelijk pas tijdens de eerste jaren van W.O. II werd de 33 meter diepe zaal definitief ingericht als cinemazaal met verplaatsbare rijen houten banken. Bij de grootschalige verbouwing omstreeks 1948 werd de projectieruimte van het auditorium gescheiden en kreeg de filmzaal een waardiger voorgevel en ingang in goede steen. Op het balkon was plaats voor dertig toeschouwers. Die verbouwing was zo ingrijpend dat de ganse zaal een zestal meter achteruitgezet werd.
Tijdens W.O. II werd de zaal gedeeltelijk opgeëist door de Duitsers en daarna door de Engelsen als ontspanningsruimte voor hun troepen. Tijdens de Duitse bezettingsperiode was de burgerbevolking welkom op de vertoningen van bijna uitsluitend Duitse films.
Hoe de situatie naar het einde van WO II in elkaar zat, is niet zo duidelijk. Immers op 20 maart 1944 vroeg Marcel Van Puyvelde uit Wetteren het College van burgemeester en schepenen van Kalken officieel de toelating tot uitbating van cinemazaal Flandria. Van de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen kreeg hij op 19 mei 1944 die toelating voor een periode van 15 jaar. Marcel Van Puyvelde h ield het echter reeds in september 1958 voor bekeken. Hij had het reeds geruime tijde moeilijk om de verschuldigde gemeentelijke belasting te betalen op de inkomtickets. In een schrijven van 18 juli 1957 verdedigde hij het feit dat die belastingen nog niet betaald waren. Indien het zover gekomen is, is dit te wijten aan het feit dat het cinemabezoek in de laatste 6 maand met méér dan de helft verminderd is doordat de inwoners van Kalken hun vermaak buiten de gemeente zoeken en ook omdat het belastingspercentage te hoog ligt naar gelang de ontvangsten die er te Kalken verwezenlijkt worden.

Er werden regelmatig tot wekelijks nieuwe films geprogrammeerd op zaterdag en zondag. De laatste vertoningen vonden plaats in 1963. Ze volgden een vast stramien: actualiteiten, reclamespot, hoofdfilm, enkele beelden van de film voor de volgende week. In de omliggende straten bedeelden jongeren uit de wijk regelmatig de programma’s. De prenten en de affiches achter de ramen aan de voorzijde van de zaal waren een aantrekkingspool voor de buurtkinderen.
De cinemazaal werd achtereenvolgens uitgebaat door Wetteraars Fons Van Der Steen en Marcel Van Puyvelde en de Overmeerse brouwer Paul D’Hollander. Als filmoperatoren fungeerden opeenvolgens Wetteraar Emiel Maes, de Kalkenaren Willy Braeckman, Luc De Meyer, diens broer Patrick De Meyer en Roland Van De Velde.
De aanwezigheid van de cinemazaal droeg bij tot het uitgangsleven op de wijk en enkele buren hielpen een handje. Onder andere zaaleigenaarster Alice D’Hollander en Madeleine Van De Velde verkochten toegangskaartjes en versnaperingen. Voordien verkochten twee Wetterense spekvrouwen er snoep. De uitbater van cinemazaal De Pax in Overmere, brouwer Paul D’Hollander, nam omstreeks 1960 ook de uitbating van de Kalkense cinemazaal over. Hij bezorgde de zaal wel een nieuw plafond en rode fluwelen klapzetels, maar de technische uitrusting ervan bleef minimaal. Naast een zeer bescheiden muziekinstallatie was er slechts één filmprojector voorhanden, waardoor er bij filmbreuk telkens een ongewenste onderbreking volgde… De films werden afwisselend in Kalken en in Overmere vertoond.
We noteerden enkele markante gegevens.
Volgens sommigen had het succes van de cinemazaal tijdens de winterperiode tijdens en kort na W.O. II niet zozeer te maken met de aard van de filmvoorstellingen, maar wel omdat de toeschouwers zich enkele uren konden warmen rond de roodgloeiende kachel. Na de voorstelling ging iedereen naar huis en kroop in bed...
De invloed van de plaatselijke geestelijkheid reikte zover, dat de leden van de VKAJ niet alleen niet binnen mochten in café-dancings, maar dat ze tijdens W.O. II schriftelijk moesten verklaren dat zij noch films zouden gaan bekijken in de zaal Flandria, noch mee zouden spelen in het gemengd toneel van de Harmonie. De verhouding van de plaatselijke geestelijkheid ten opzichte van de cinema-uitbater zou er niet beter op worden tot op het ogenblik dat de pastoor de toestemming nodig had van diezelfde uitbater om in de kantschool in het Dorp een filmvertoning te geven…
Het was in de jaren 1950 de gewoonte dat de fietsen van de bezoekers tijdens de voorstelling in de cinemazaal zelf gestald werden. De bezoekers kwamen daartoe door de ingang de zaal binnengereden en plaatsten hun ‘voertuig’ achteraan de zaal tegen het podium, onder het filmdoek, de ene fiets voor de andere. Daarna keerde men op zijn stappen terug om een ticket vooraan in te zaal te halen.
Eugeen Bogaert herinnerde zich dat bij de voorstelling van Het bad in de schuur, een film verboden onder de 16 jaar, de veldwachter aan de ingang plaats had gevat.
Het kapotvriezen van de leidingen van de in de jaren 1950-‘51 geïnstalleerde centrale verwarming begin de jaren 1960 betekende het einde van de cinemazaal. Was het reeds moeilijk om als kleine filmzaal te overleven, dan liepen de kosten voor de herstelling te hoog op. Daarop raakte de zaal in verval en werd ze uiteindelijk gesloopt.
De herbergen in de onmiddellijke omgeving van de cinemazaal deden tijdens de pauze en na de filmvoorstellingen gouden zaken.

 

Terug